#TOUSENSEMBLE

twitterIk zal het nooit vergeten: Amsterdam, 30 april 2004. Ik liep vrolijk de trap af met mijn boodschappentasje, klaar om wat inkopen te doen voor het weekend. Op de tweede ver-dieping werd ik tegengehouden door mijn vriendin Merel. “Jij gaat toch zo de straat niet op?” Ik had geen idee waarover ze het had en zette gestaag mijn weg naar beneden verder om nog geen tien seconden later terug aan haar deur te staan. Of ik misschien toch eventjes een oranje T-shirt van haar kon lenen. Ik wist niet wat ik zag. Ik had wel eens wat over Koninginnedag gelezen maar dat het zò was en dat echt iederéén eraan meedeed, had ik nu ook weer niet verwacht. In ons smalle straatje in de Jordaan boden mensen zowat hun halve inboedel te koop aan en stonden er overal kraampjes, het ene nog grappiger dan het andere. Alles en iedereen was oranje. Er werd luidkeels gezongen, iedereen lachte en zag er bijzonder gelukkig uit. Wat een verbondenheid! In de vier jaar dat ik in Amsterdam woonde voor mijn studies maakte ik deze taferelen meermaals mee. Niet alleen om de verjaardag van Beatrix te vieren, maar ook tijdens grote sportgebeurtenissen kleurt alles boven de grens massaal oranje. Eerlijk, ik ben best jaloers op het oranjegevoel. Nederlanders zijn trots om Nederlander te zijn. Wij zijn dat veel minder, hoewel het chauvinisme de laatste jaren af en toe toch komt bovendrijven. Met dank aan de Rode Duivels.

Nu ons nationale elftal steeds hogere toppen scheert, sparen we opnieuw Panini stickers, durven we al eens onze Belgische vlag buitenhangen en steken we zelfs onze achteruitspiegels in een jasje van zwart-geel-rood. Al wekenlang worden we warmgemaakt voor le moment suprême. Via alle mogelijke kanalen blijven we op de hoogte van de laatste duivelse nieuwtjes en worden we van alle kanten opgezogen in de duivelsgekte. Zo belandde er vorige week nog bijna een tros kerstomaten verpakt in een plastic voetbalshirt in mijn winkelkar! Het moet niet gekker worden. Maar stiekem hou ik er wel van en kijk ik uit naar de start van het EK voetbal. Want behalve topsporter ben ik ook een fervent sportliefhebber. Ik hou van de spanning en de emotie die sport bij mij losmaakt. Toen ik in Peking de gouden sprong van Tia Hellebaut meemaakte, moest mijn eigen vreugdesprongetje niet veel onderdoen! Maar evenzeer rolden de tranen over mijn wangen toen het net niét was voor Tom Boonen in Parijs-Roubaix en was ik intens verdrietig toen de Argentijn Higuain na enkele minuten een nationaal doembeeld op het scorebord trapte in de kwartfinale van het WK in Brazilië. Niet dat ik zo’n kenner ben maar een goede match kan ik zeker smaken. En ik beken: het is geen straf om naar tweeentwintig afgetrainde mannenlijven te kijken die achter een bal aanhollen. Ik kan niet wachten om mijn supporterstrui aan te trekken, mijn gezicht te beschilderen en de longen uit mijn lijf te roepen voor De Bruyne en co. want ik hou van voetbal, en van mijn land.

Twee dagen geleden werd officieel bekendgemaakt dat ik aan de Olympische Spelen van Rio mag deelnemen. Voor de derde keer op rij mag ik onze driekleur vertegenwoordigen en dat doet me wat. Vroeger vond ik veel zaken vanzelfsprekend maar met ouder – en een tikkeltje wijzer – te worden besef ik steeds meer welke kansen ik gekregen heb en ben ik vooral dankbaar, en trots. Trots om één van de ambassadeurs te mogen zijn voor Team Belgium, trots om het Olympische tenue te dragen, trots om met de Belgische kleuren in mijn zeil het water van Guanabara te bevaren. Meer dan ooit doe ik dit ook voor mijn land. En ik hoop dat België meer dan ooit voor ons, Team Belgium, zal suppor-teren. #tousensemble #tousenfrance #allemaalsamen #ookinRio

Column uit de krant de Morgen

Copyright © 2015 De Persgroep Publishing. All rights reserverd