twitterDeze column is opgetekend door Hans Vandeweghe.

Denk nu niet dat het mij niet interesseerde of dat het mij niks deed. Toen het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité een maand geleden aan mijn coach Wil van Bladel vroeg of ik de vlag zou willen dragen tijdens de openingsceremonie en hij mij van die vraag op de hoogte bracht, voelde ik mij bijzonder vereerd. Ik hou van mijn land, van onze driekleur en ondanks dat ik het echt heel graag zou doen, heb ik met pijn in mijn hart bedankt voor de eer.

Als u deze column leest, is de openingsceremonie al achter de rug en hebben we die in ons huisje in Botafogo gevolgd op de televisie. U denkt nu misschien: ach, even met een vlag zwaaien op 5 augustus terwijl haar eerste competitiedag pas op 8 augustus is, hoe erg kan het zijn? Neem van mij aan dat het lastiger en vermoeiender is dan je denkt. Atleten die op 6 of 7 augustus beginnen mogen niet naar de opening van het BOIC en voor diegene die op de 8e beginnen wordt het ook sterk afgeraden. Ik heb de openingsceremonie van Londen meegemaakt zonder de vlag te dragen en dat heeft me naast veel frustratie, toen ook nog eens twee dagen gekost.

Eerst zouden we vanuit Botafogo naar het Olympisch dorp moeten geraken, waarna we daar op bussen geladen worden en in dit geval naar het Maracaña stadion gebracht worden. Daar zullen we ongetwijfeld ellenlang moeten wachten voor we met ons land het stadion binnen mogen om toegejuicht te worden. In Londen hebben wij uren buiten gestaan tot het onze beurt was. Achteraf spraken mensen mij aan over hoe mooi het spektakel was geweest, met onder andere de Queen die samen met James Bond uit een vliegtuig kwam gesprongen. Van de hele show hadden wij werkelijk waar geen halve minuut gezien. Best triestig eigenlijk. Eens je eindelijk de grote entree gemaakt hebt, sta je vervolgens weer een uur of langer te wachten voor alle tweehonderd landen binnen zijn. En als het dan eindelijk afgelopen is, moeten we verplicht eerst terug naar het olympisch dorp voor we terug naar Botafogo kunnen. Hier schatten ze dat we ten vroegste om 1 uur ’s nachts in het dorp zouden terug zijn. Rio kennende, maak daar maar 2 uur van en later. Reken uit: een dag overhoop gehaald, zwaar vermoeid, de nachtrust verstoord en dan nog eens een dag kwijt om te recupereren. En de volgende dag moet ik vroeg uit de veren voor de meting van mijn materiaal. Normaal gezien zou ik twee dagen voor de start van de competitie ook niet meer trainen, maar gezien de bestickering van de zeilen extreme vertraging heeft opgelopen, zullen we toch nog het water op moeten gaan. Alle factoren in achting genomen was iedereen het erover eens dat het beter was om het niet te doen.

Die vijf minuten wereldwijde glorie verkiezen boven de sport zou ook niet eerlijk zijn tegenover iedereen die mij heeft gesteund maar in de eerste plaats tegenover mijzelf. Ik heb er meer dan alles aan gedaan om hier op mijn top te zijn. Nooit was mijn voorbereiding beter en ik wil mijn kansen op een goed resultaat gaaf houden. Ik hoop dat mensen begrip kunnen opbrengen voor een atleet die vóór een belangrijke competitie in zijn of haar bubbel kruipt en alle storende elementen afblokt. De boot niet goed? Neen, de boot is wel goed. Het water vuil? Is niet belangrijk. Ik hoef geen negativisme rond mijn hoofd. Ook geen mensen die ik anders niet zie. Met mijn vriend Tobias heb ik geregeld contact, maar ook hij weet hoe het werkt. Ons huis blijft ons huis, een afzonderingsoord. Toch ben ik erg blij dat mijn familie zal afreizen naar Rio om voor mij te supporteren. En mijn beste vrienden, die sinds 2013 maandelijks 100 euro gespaard hebben op een Evi-rekening om straks op Flamengo beach met beschilderde gezichten de longen uit hun lijf te schreeuwen. Maandag begint voor mij de competitie. Duimen maar!